Reguleren wat niet gemaakt wordt: riskeert Europa technologische irrelevantie?
Europa trekt slechts een tiende van de wereldwijde investeringen in kunstmatige intelligentie aan, maar beweert wel de wereldwijde regels te dicteren. Dit is het 'Brussels Effect' - regels opleggen op wereldschaal door middel van marktmacht zonder innovatie aan te jagen. De AI-wet wordt van kracht op een gespreid tijdschema tot 2027, maar multinationale technologiebedrijven reageren met creatieve ontwijkingsstrategieën: bedrijfsgeheimen inroepen om trainingsgegevens niet te hoeven onthullen, technisch conforme maar onbegrijpelijke samenvattingen produceren, zelfbeoordeling gebruiken om systemen te degraderen van 'hoog risico' naar 'minimaal risico', forumshoppen door te kiezen voor lidstaten met minder strenge controles. De paradox van extraterritoriaal auteursrecht: de EU eist dat OpenAI de Europese wetten naleeft, zelfs voor trainingen buiten Europa - een principe dat nog nooit eerder is voorgekomen in het internationaal recht. Het 'duale model' ontstaat: beperkte Europese versies versus geavanceerde wereldwijde versies van dezelfde AI-producten. Reëel risico: Europa wordt een 'digitaal fort', geïsoleerd van wereldwijde innovatie, met Europese burgers die toegang hebben tot inferieure technologieën. Het Hof van Justitie heeft in de kredietscoringszaak de verdediging tegen 'bedrijfsgeheimen' al verworpen, maar de interpretatieve onzekerheid blijft enorm - wat betekent 'voldoende gedetailleerde samenvatting' precies? Niemand weet het. Laatste onbeantwoorde vraag: creëert de EU een ethische derde weg tussen het Amerikaanse kapitalisme en de Chinese staatscontrole, of exporteert ze gewoon bureaucratie naar een gebied waar ze niet concurreert? Voor nu: wereldleider in AI-regulering, marginaal in de ontwikkeling ervan. Uitgebreid programma.